Kort door de bocht met lange hengels,
haastige spoed in snelle trends,
of onbuigzame materie tegen de stroom in
Contrast
Een flink aantal jaren geleden bracht ik nogal wat tijd vissend door in een bepaald gebied niet ver van mijn woonplaats. Ik had nog niet de beschikking over een eigen auto en verplaatste mezelf per fiets. Het poldergebied waar ik viste lag binnen fietsafstand en zodoende was ik gedurende een aantal jaren regelmatig in de herfst en winter in deze omgeving te vinden. Het betreft hier niet de typische klassieke polder zoals men zich dat misschien voorstelt, maar oude kleigronden waar de diverse slootjes en vaarten deels de bochtige restanten vormen van oeroude slenken en geulen.
Gedurende
die jaren kwam ik steevast een oude man tegen, een collega visser met
wie ik een praatje maakte en zo nu en dan een stuk mee 'opviste'. Al
doende leerden we elkaar een beetje kennen en zo werd dit weerzien
een soort herkenningspunt in de tijd. Deze jaarlijkse reünie
markeerde de start van een nieuw en langverwacht seizoen; het was
weer zover, de herfst was aangebroken en we gingen weer op snoek...
De
verschillen in jacht techniek tussen mijzelf en deze oude man waren
groot; de man viste met
een erg lange telescoop hengel, een zware molen met daarop minstens 40/100
nylon gespoeld en aan het 'business-end' van zijn uitrusting uiteraard een flinke
levende voorn onder de kurken. Ik viste met een tien grams holglas
spinhengel, 18/100 nylon op een passend spin molentje en uiteraard
kunstaas in de vorm van een Ondex maat 4 of 5. Ook in de benadering
van de hengelsport zat tussen ons enig verschil. Je zou het zelfs een
wereld van verschil kunnen noemen. Een contrast voortkomend uit het
leeftijdsverschil maar eveneens gekenmerkt door een uiteenlopende
levenservaring. De oude man had het snoeken nog beoefend met de
beringde bamboe stok in combinatie met een eenvoudige reel, in een
tijd waarin weliswaar met plezier werd gevist, maar vooral ook voor
de pot. De betekenis van materiaal was voor hem van een andere orde,
en de positie van de vis had een geheel andere waarde. De man had in
zijn lange leven al heel wat snoeken gevangen op deze wijze. In feite
kwam ik daarbij vergeleken nog maar net kijken met mijn eigen
betekenis die ik aan het materiaal hechtte en met mijn waarde die ik
aan vissen (de dril, de vis) verbond.
Een
behoorlijke tegenstelling dus, zo op het eerste gezicht. Een
tegenstelling die tijdens twee momenten erg duidelijk werd aan de
waterkant. Van het eerste moment herinner ik mij nog goed de
verbazing die zich in eerste instantie van mij meester maakte. De
oude visser kreeg een aanbeet. Prachtig om te zien hoe de nerveus
deinende kurken al de aanwezigheid van snoek deden vermoeden, waarna
de kurken resoluut schuin onder water schoten, en enkele keren op
diverse plekken weer bovenkwamen alvorens zij halt hielden en vast op
hun plek bleven liggen. Een sporadische minieme beweging van de
kurken verraadde dat de snoek nog beet had en bezig was de grote
voorn te keren. Tijd om aan te slaan....! Zo dacht ik. “Sla
maar aan” zei ik eigenwijs en in het Fries. De man antwoordde niet,
bracht de lange hengel naar achteren en deed toen iets wat ik totaal
niet verwacht had. Tot mijn bevreemding schoof hij het topje van de
telescoop hengel naar beneden… Maar daar bleef het niet bij want
samen met de top werd tevens het tweede deel ingeschoven. De man keek
mij even aan en antwoordde “zo heb ik meer kracht” en richtte
zijn aandacht weer op de twee kurkjes die nog onveranderd in dezelfde
positie lagen. “Jo kinne no wol slaan, hy het it fiskje al
keert” probeerde ik nog eens voorzichtig, bang als ik was dat
de snoek de haak zou slikken. De oude man mompelde nog iets
onverstaanbaars en bleef rustig wachten. Na minuten, die in mijn
beleving een eeuwigheid duurden, kwam hij dan toch in actie. Hij
draaide het dikke nylon strak, bracht in één vloeiende beweging de
gekortwiekte hengel omhoog, deed tegelijkertijd een paar stappen naar
achteren en voordat ik er goed en wel erg in had, lag er een mooie
snoek van zeker 70 cm spartelend op de kant. In één doorgaande
beweging...En nog geen seconde later had de vis al een tik op zijn
kop gekregen. Een prachtige snoek, goudgroen getekend, lag op de
oever. Een mooie, maar helaas (in mij beleving) ook een dode snoek.
“Mooie aanbeet, goed eten” zei de man. Of iets in die trant.
En hoewel deze kloof tussen twee gezichtspunten moeilijk te overbruggen was (we
zouden nooit oversteken), toch had ik respect voor deze man en zijn
kennis en kunde en kon ik zijn wijze van vissen waarderen. Hij was
evenwichtig, rustig en wist wat hij deed. Hij kon het water lezen.
Hij wist wat hij zei en meer zei hij niet. Ja, hij was in balans, had
verder niks nodig. Hij liet zich niet gek maken, als hij dat al ooit
had gedaan, en zou zolang het hem gegeven was op dezelfde wijze met
het hem bekende materiaal door blijven vissen. Eigenlijk had hij die
telescoop hengel ook helemaal niet nodig. Het diende slechts het
gemak van het transport. En door de topjes terug te schuiven bracht
hij de hengel terug tot de hem vertrouwde bamboestok. Hij sprak de
reserve van de telescoophengel aan en bracht zo de combinatie in
evenwicht met het dikke nylon. Kortom een evenwichtige persoon met
een dito hengel combinatie.
Evenwicht
Het is die
harmonie waar ik onlangs aan moest denken. Dat was na het lezen van
de zoveelste verhandeling over hengelsportmateriaal. Zo'n
verhandeling waarbij de ene persoon op grond van eigen subjectieve
uitgangspunten de ander probeert te overtuigen dat diens persoonlijke
keuze niet klopt of niet deugt, of zelfs achterhaald zou zijn. De ene
hengel zou nog beter zijn dan de andere. Pen sluiting is beter dan
oversteek (of andersom). En wanneer men niet voor 'moderne'
materialen kiest dan zou men zelfs hopeloos achterlopen. Ik snap dat
allemaal niet. Waarom zou je de ander zo nodig moeten overtuigen van
je eigen gelijk in zoiets persoonlijks als de hengelsport.
Uiteindelijk gaat het toch om de beleving, bedacht ik. Ik hoor u
denken: “wat maak je je druk, dan lees je het toch niet?”. Dat
zou inderdaad een goede oplossing zijn, ware het niet dat de materie
mij intrigeert. De hengelsport is sowieso mateloos interessant, en ik
lees over deze hobby graag alles wat los en vast zit. En soms zitten
daar kleine pareltjes tussen die ik ook weer niet wil missen. Over
avonturen langs de waterkant, over de jacht op de karper, of over
dropshotten op baars op de vierkante meter onder bruggen en langs
andere obstakels. Interessante visserijen, mooie foto's, ideeën waar
ik door geïnspireerd word. Niet lezen is dus (nog) geen optie. En al
die andere gekkigheid is feitelijk ook wel zeer boeiend. Zo blijf ik
mij dus verwonderen over de inhoud van sommige polemieken en verbaas
ik mij over talloze berichten van nieuwigheden welke voortdurend in
de hengelsport blogs en bladen over ons heen worden gestort. Het
merendeel van die nieuwigheden is niet echt nieuw en vormt geen
verbetering, tenminste dat denk ik. Maar toch zijn er altijd weer al
die zogenoemde innovaties. Ten slotte, zo meen ik, dient die
vernieuwing over het algemeen natuurlijk niet ter vervolmaking van
mijn beleving van het vissen, maar dient het slechts de handel. Die
handel moet blijven bestaan en dus moeten we kopen en blijven kopen,
en worden we aangesproken op menselijke emoties zoals
nieuwsgierigheid en hebberigheid.
vernieuwing, verbetering? twee (ultra)lichte spinmolens, waarvan één met een fors bredere spoel, een spoel die m.i. elke spinmolen zou moeten hebben |
Het
evenwicht daarin lijkt soms zoek. De harmonie die de oude visser
eigen was, die ontbreekt. Het zal de tijdgeest wel zijn, een tijd
waarin de omloopsnelheid van een mobieltje nog geen jaar is, en
waarin de houdbaarheidsdatum van de nieuwste serie topsegment
vliegenhengels van Sage al niet veel langer geldig is. En hoewel ik
veel van dat nieuwe speelgoed erg mooi vind en me best kan laten
verleiden door iets wat belooft iets toe te voegen (niets menselijks
is mij vreemd), toch verkeer ik in de veronderstelling dat het spul
waar ik mee vis is al jaren meer dan goed is en geen verbetering
behoeft. Zou ik dan inderdaad achterlopen getuige mijn gebrek aan
vernieuwingsdrang en mijn nostalgische hang naar eenvoud en harmonie,
tenminste wanneer ik moet geloven wat ik gelezen heb? Zou natuurlijk
zo maar kunnen. Of niet. Misschien draait het in de visserij per slot
van rekening niet om het materiaal maar om iets anders. Niet om de
psychologie van een hengel (als er al zoiets bestaat) maar om de
psychologie van de visser. Dan wordt het dus een persoonlijke
kwestie. Niet de functionaliteit, de prijs, of de grondstoffen etc.
van het hengelgerei zijn bepalend voor de eindbalans, maar de
gevoelswaarde die aan dat alles wordt ontleend is doorslaggevend.
Die
gevoelswaarde vind ik een interessant onderwerp, want wat bezielt
iemand (mij) om.....? Maar het is ook een gevoelig onderwerp, een
delicate kwestie, zoals wel blijkt uit die vele discussies en
twistschrijverij waar al snel het waarde oordeel wordt geveld
over andermans waarheid. Nu heb ik ook wel mijn voorkeuren, hecht ik
waarde aan bepaald materiaal en heb daar ook wel een oordeel over.
Een opvatting waar ik ook graag over schrijf. Zo vind ik een bus
sluiting mooi, evenals een diepe doorgaande en progressieve buiging.
Of kurk met reelringen, en anders wel een hengel met een taille. En
ik hou van een traditie van decennia min of meer onveranderde visie
(want wat immers jaren geleden al meer dan goed was behoeft geen
verbetering). Maar het meest houd ik nog van een visserij die dicht
bij mij staat.
Misschien
vind ik in dat laatste juist dat gevoel van harmonie en eenvoud. En
uiteraard draagt het juiste materiaal daar aan bij. Niet het beste
materiaal, maar het juiste, d.w.z. het best passend. Waar de
perfectie eindigt of wat daarna komt doet er dan niet meer toe, het
hoeft in de basis alleen nog maar te kloppen. Het moet kloppen als
een bus: een hengel die in evenwicht is met de molen en balanceert op
één vinger vlak voor de molenvoet. Een hengel die een verborgen
innerlijke kracht heeft welke pas tijdens de dril aan de waterkant
volledig en zonder reserves tot uiting komt. De hengel die niet
zozeer van zichzelf mooi is, maar vanwege zijn wezenlijke
eigenschappen. Een hengel met een eigenwijs karakter, wars van mode,
en bestand tegen de waan van de dag. Wellicht bestaat er dus toch
zoiets als de psychologie van een hengel....
In de
psychologie van de echte wereld zijn dergelijke eigenschappen meestal
niet zo zichtbaar, dat is inherent aan juist deze karaktertrekken.
Zoals bij die oude visser die geen enkele behoefte had om wat dan ook
van de daken te schreeuwen en zeker in de visserij hoefde hij zich
niet te laten gelden. Voor hengels is het al niet veel anders, want
de hengel die al deze kwaliteiten bij uitstek in zich verenigt
is eigenlijk een onopvallende hengel. Klein van stuk, bescheiden in
het voorkomen. Zeker niet strak of flitsend te noemen en (eigenwijs
als 't ie is) volhardend in cobold glas. Maar achter die sobere en
misschien wat kleurloze gedaante verschuilt zich een dynamiek van
hoge intensiteit, want (naast gewoon lekker vissen) doet de Fair
Play Floret precies wat een spinhengel moet doen: werpen. Als
geen enkele andere spinhengel die ik ken, is er met de Floret keer op
keer heel precies en relatief ver te werpen. Iemand die voor het
eerst deze hengel ter hand neemt zal misschien denken niet met een
spinhengel van doen te hebben. In deze tijd waarin een spinhengel
synoniem lijkt te zijn met hard of strak oogt de Floret op het eerste
zicht al snel als een zacht en ongeschikt instrument voor het
spinvissen. Niets is minder waar, tenminste dat denk ik. Juist door
de korte lengte, het verloop van de blank en de progressieve buiging
is de Floret een razend snelle hengel, die zich slechts door een
minieme beweging vanuit de pols volledig als een boog laat spannen om
vervolgens de opgebouwde energie weer los te laten en in de
vorm van snelheid aan het kunstaas mee te geven. En die snelheid is
in de praktijk warempel precies goed. Zo goed dat het kleine
kunstaasje keer op keer op de gewenste plek terecht komt. Mits er
natuurlijk sprake is van een juiste afstemming op elkaar van de
verschillende onderdelen van het geheel: de hengel, dun nylon en een
bepaald werpgewicht en een passende maat spinnerblad.
Toch vis ik
niet met een Floret. De Floret heeft voor mij één tekortkoming,
letterlijk, want ik vind deze hengel net niet lang genoeg. Zou ik
vooral in kleine beekjes vissen, of in sterk overgroeide hoekjes en
gaten, dan is deze hengel ideaal. Maar in die voor mij zeldzame
omstandigheden is een vliegenhengeltje (vooral in de beekjes
natuurlijk) een nog mooier instrument. Voor mijn visserij in de
polders vind ik in de Rapier de best passende hengel. Een hengel die
min of meer hetzelfde doet als de Floret, maar door de extra lengte
nog fijner vist en drilt. En, mogelijk ook door die lengte of door
het gebruikte carbon, een hengel die iets meer tolerantie heeft
m.b.t. lijnkeuze en formaat spinner. Kortom: de eerste keus
spinhengel onder vrijwel alle omstandigheden.
'afstemming' |
Kort over lengte
Een nog
langere hengel in de lichte klasse is niet nodig, tenminste niet in
de omstandigheden van de poldervisserij op snoek en baars. Desondanks
zijn er natuurlijk ook situaties waar een langere spinhengel wel
beter passend is. Maar een hengel verlengen (bij eenzelfde licht
vermogen) vraagt om aanpassingen en concessies, zoals elke hengel
natuurlijk altijd al een tegemoetkoming is aan het beschikbare
materiaal, gewenste buiging, budget etc. etc. Eén mogelijkheid is om
een lange lichte hengel te maken met een zgn. reserve, het strakkere
onderste deel. Dergelijke hengels hebben hun waarde maar naar mijn
smaak wordt over het algemeen bij dit type hengels de progressieve
buiging (en daarmee het werpvermogen) te zeer teniet gedaan. Een
andere aanpassing die ik soms zie in lange hengels die als
(ultra)lichte spinhengel te boek staan, is 'strak en licht'. Zeer
licht van gewicht en strak. Dergelijke hengels buigen bij het
inzetten van de worp nauwelijks op het eigen gewicht, laat staan op
het lichtgewicht kunstaas. Eigenlijk hengels van een hoger vermogen
dan aangegeven, en nog minder geschikt voor het werpen van licht
kunstaas dan de hengels met reserve.
hier nog in ontwikkeling, vijf-grammer in de lengte van 2,70 meter, (zeker niet de 'langste' ...) |
in de lak |
ideaal terrein: wadend vissen met (ultra)lichte lange spinhengel, onder deze (te) zonnige omstandigheden in het vroege najaar kan men echter beter de schemering even afwachten |
en mocht je dan plaatsnemen onder aan het klif, in afwachting van de schemer, kijk voor de zekerheid dan eerst even omhoog.... |
Tot slot
Lange hengels, korte hengels. Zachte en harde hengels, trage en snelle actie. Het bestaat allemaal. Van die telescoop hengel met de ingeschoven top tot en met mijn eigen lange (zachtere) vijf-grammer, en alles er tussen in. De één nog beter dan de ander. Maar de beste hengel bestaat niet, daar geloof ik niet. Hoewel er nog al wat mensen, bedrijven etc. zijn die anders beweren...Het best passend misschien, in ieder geval past de ene hengel mij beter dan de andere. Gelukkig maar. Anders was er geen verschil geweest, en niks om mij over te verwonderen. Dat zou saai worden. Wat betreft het contrast tussen mij en de oude visser aan het begin van dit verhaal, die tegenstelling bleek toch niet zo onoverbrugbaar te zijn. Slechts het materiaal verschilde, maar we spraken letterlijk en figuurlijk dezelfde taal. Rest nog die vraag uit die discussie die deze hele gedachtegang bij mij aan zwengelde: of men (ik) niet hopeloos zou achterlopen wanneer er niet voor nieuwe en moderne en zogenaamde betere materialen wordt gekozen. Ik zal die vraag niet beantwoorden en er geen oordeel over vellen. Ik vind het niet zo van belang om te weten welke hengel of welk materiaal er dit jaar weer in de mode is. Maar ik denk dat je wel lef moet hebben om in deze tijd vast te houden aan de eigen visie, om eigen keuzes te maken, en om trouw te blijven aan wat goed is. Uiteindelijk bepaalt de psychologie van de visser zijn materiaal(keuze), en niet andersom. Toch?